HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bevangen — definition

Conjugation of bevangen

Regular CEFR C2
bəˈvɑ.ŋə(n)

iemand grijpen, overmeesteren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bevang
jij / je bevangt
hij / zij / het bevangt
wij / we bevangen
jullie bevangen
zij / ze bevangen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beving
jij / je beving
hij / zij / het beving
wij / we bevingen
jullie bevingen
zij / ze bevingen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bevange
jij / je bevange
hij / zij / het bevange
wij / we bevangen
jullie bevangen
zij / ze bevangen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bevinge
jij / je bevinge
hij / zij / het bevinge
wij / we bevingen
jullie bevingen
zij / ze bevingen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bevang
jullie (archaïsch) bevangt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bevangen
Tegenwoordig deelwoord
bevangend
Voltooid deelwoord
bevangen

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary