HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← betrouwen — definición

Conjugation of betrouwen

Regular CEFR B2
/bəˈtrɑu̯ə(n)/

vertrouwen op Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik betrouw
jij / je betrouwt
hij / zij / het betrouwt
wij / we betrouwen
jullie betrouwen
zij / ze betrouwen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik betrouwde
jij / je betrouwde
hij / zij / het betrouwde
wij / we betrouwden
jullie betrouwden
zij / ze betrouwden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik betrouwe
jij / je betrouwe
hij / zij / het betrouwe
wij / we betrouwen
jullie betrouwen
zij / ze betrouwen
Aanvoegende wijs — verleden
ik betrouwde
jij / je betrouwde
hij / zij / het betrouwde
wij / we betrouwden
jullie betrouwden
zij / ze betrouwden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij betrouw
jullie (archaïsch) betrouwt

Onbepaalde vormen

Infinitief
betrouwen
Tegenwoordig deelwoord
betrouwend
Voltooid deelwoord
betrouwd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary