HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← betreuren — definición

Conjugation of betreuren

Regular CEFR C2
/bəˈtrøːrə(n)/

leedwezen tonen over iets, iets jammer vinden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik betreur
jij / je betreurt
hij / zij / het betreurt
wij / we betreuren
jullie betreuren
zij / ze betreuren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik betreurde
jij / je betreurde
hij / zij / het betreurde
wij / we betreurden
jullie betreurden
zij / ze betreurden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik betreure
jij / je betreure
hij / zij / het betreure
wij / we betreuren
jullie betreuren
zij / ze betreuren
Aanvoegende wijs — verleden
ik betreurde
jij / je betreurde
hij / zij / het betreurde
wij / we betreurden
jullie betreurden
zij / ze betreurden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij betreur
jullie (archaïsch) betreurt

Onbepaalde vormen

Infinitief
betreuren
Tegenwoordig deelwoord
betreurend
Voltooid deelwoord
betreurd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary