HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← betreden — definition

Conjugation of betreden

Regular CEFR C1
bəˈtreːdə(n)

zich ergens (met de voeten) op begeven Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik betreed
jij / je betreedt
hij / zij / het betreedt
wij / we betreden
jullie betreden
zij / ze betreden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik betrad
jij / je betrad
hij / zij / het betrad
wij / we betraden
jullie betraden
zij / ze betraden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik betrede
jij / je betrede
hij / zij / het betrede
wij / we betreden
jullie betreden
zij / ze betreden
Aanvoegende wijs — verleden
ik betrade
jij / je betrade
hij / zij / het betrade
wij / we betraden
jullie betraden
zij / ze betraden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij betreed
jullie (archaïsch) betreedt

Onbepaalde vormen

Infinitief
betreden
Tegenwoordig deelwoord
betredend
Voltooid deelwoord
betreden

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary