HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← betitelen — definición

Conjugation of betitelen

Regular CEFR B2
/bəˈtitələ(n)/

soms in negatieve zin een naam of classificatie aan iets hechten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik betitel
jij / je betitelt
hij / zij / het betitelt
wij / we betitelen
jullie betitelen
zij / ze betitelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik betitelde
jij / je betitelde
hij / zij / het betitelde
wij / we betitelden
jullie betitelden
zij / ze betitelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik betitele
jij / je betitele
hij / zij / het betitele
wij / we betitelen
jullie betitelen
zij / ze betitelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik betitelde
jij / je betitelde
hij / zij / het betitelde
wij / we betitelden
jullie betitelden
zij / ze betitelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij betitel
jullie (archaïsch) betitelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
betitelen
Tegenwoordig deelwoord
betitelend
Voltooid deelwoord
betiteld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary