HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← betichten — definición

Conjugation of betichten

Regular CEFR B2
/bəˈtɪxtə(n)/

iemand op valse gronden beschuldigen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beticht
jij / je beticht
hij / zij / het beticht
wij / we betichten
jullie betichten
zij / ze betichten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik betichtte
jij / je betichtte
hij / zij / het betichtte
wij / we betichtten
jullie betichtten
zij / ze betichtten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik betichte
jij / je betichte
hij / zij / het betichte
wij / we betichten
jullie betichten
zij / ze betichten
Aanvoegende wijs — verleden
ik betichtte
jij / je betichtte
hij / zij / het betichtte
wij / we betichtten
jullie betichtten
zij / ze betichtten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beticht
jullie (archaïsch) beticht

Onbepaalde vormen

Infinitief
betichten
Tegenwoordig deelwoord
betichtend
Voltooid deelwoord
beticht

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary