HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← betasten — definition

Conjugation of betasten

Regular CEFR C2
bəˈtɑstə(n)

met de handen iemands lichaam op verschillende plaatsen aanraken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik betast
jij / je betast
hij / zij / het betast
wij / we betasten
jullie betasten
zij / ze betasten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik betastte
jij / je betastte
hij / zij / het betastte
wij / we betastten
jullie betastten
zij / ze betastten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik betaste
jij / je betaste
hij / zij / het betaste
wij / we betasten
jullie betasten
zij / ze betasten
Aanvoegende wijs — verleden
ik betastte
jij / je betastte
hij / zij / het betastte
wij / we betastten
jullie betastten
zij / ze betastten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij betast
jullie (archaïsch) betast

Onbepaalde vormen

Infinitief
betasten
Tegenwoordig deelwoord
betastend
Voltooid deelwoord
betast

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary