HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← besturen — definition

Conjugation of besturen

Regular CEFR B2
bəˈstyrə(n)

zorgen dat [een toestel] de gewenste taken uitvoert Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bestuur
jij / je bestuurt
hij / zij / het bestuurt
wij / we besturen
jullie besturen
zij / ze besturen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bestuurde
jij / je bestuurde
hij / zij / het bestuurde
wij / we bestuurden
jullie bestuurden
zij / ze bestuurden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik besture
jij / je besture
hij / zij / het besture
wij / we besturen
jullie besturen
zij / ze besturen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bestuurde
jij / je bestuurde
hij / zij / het bestuurde
wij / we bestuurden
jullie bestuurden
zij / ze bestuurden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bestuur
jullie (archaïsch) bestuurt

Onbepaalde vormen

Infinitief
besturen
Tegenwoordig deelwoord
besturend
Voltooid deelwoord
bestuurd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary