Conjugation of bestraten
/bəˈstraːtə(n)/het wegdek verharden met klinkers of andere middelen om er een straat van de maken Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | bestraat |
| jij / je | bestraat |
| hij / zij / het | bestraat |
| wij / we | bestraten |
| jullie | bestraten |
| zij / ze | bestraten |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | bestraatte |
| jij / je | bestraatte |
| hij / zij / het | bestraatte |
| wij / we | bestraatten |
| jullie | bestraatten |
| zij / ze | bestraatten |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | bestrate |
| jij / je | bestrate |
| hij / zij / het | bestrate |
| wij / we | bestraten |
| jullie | bestraten |
| zij / ze | bestraten |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | bestraatte |
| jij / je | bestraatte |
| hij / zij / het | bestraatte |
| wij / we | bestraatten |
| jullie | bestraatten |
| zij / ze | bestraatten |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | bestraat |
| jullie (archaïsch) | bestraat |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | bestraten |
Tegenwoordig deelwoord
| — | bestratend |
Voltooid deelwoord
| — | bestraat |