HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bestraffen — definition

Conjugation of bestraffen

Regular CEFR C2
bəˈstrɑfə(n)

straf uitdelen aan iemand Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bestraf
jij / je bestraft
hij / zij / het bestraft
wij / we bestraffen
jullie bestraffen
zij / ze bestraffen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bestrafte
jij / je bestrafte
hij / zij / het bestrafte
wij / we bestraften
jullie bestraften
zij / ze bestraften

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bestraffe
jij / je bestraffe
hij / zij / het bestraffe
wij / we bestraffen
jullie bestraffen
zij / ze bestraffen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bestrafte
jij / je bestrafte
hij / zij / het bestrafte
wij / we bestraften
jullie bestraften
zij / ze bestraften

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bestraf
jullie (archaïsch) bestraft

Onbepaalde vormen

Infinitief
bestraffen
Tegenwoordig deelwoord
bestraffend
Voltooid deelwoord
bestraft

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary