HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bestoppen — definition

Conjugation of bestoppen

Regular CEFR B2
bəˈstɔ.pə(n)

met een stop afsluiten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bestop
jij / je bestopt
hij / zij / het bestopt
wij / we bestoppen
jullie bestoppen
zij / ze bestoppen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bestopte
jij / je bestopte
hij / zij / het bestopte
wij / we bestopten
jullie bestopten
zij / ze bestopten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bestoppe
jij / je bestoppe
hij / zij / het bestoppe
wij / we bestoppen
jullie bestoppen
zij / ze bestoppen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bestopte
jij / je bestopte
hij / zij / het bestopte
wij / we bestopten
jullie bestopten
zij / ze bestopten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bestop
jullie (archaïsch) bestopt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bestoppen
Tegenwoordig deelwoord
bestoppend
Voltooid deelwoord
bestopt

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary