HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bestieren — definition

Conjugation of bestieren

Regular CEFR B2
bəˈstiːrə(n)

iemand leiden, richten of besturen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bestier
jij / je bestiert
hij / zij / het bestiert
wij / we bestieren
jullie bestieren
zij / ze bestieren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bestierde
jij / je bestierde
hij / zij / het bestierde
wij / we bestierden
jullie bestierden
zij / ze bestierden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bestiere
jij / je bestiere
hij / zij / het bestiere
wij / we bestieren
jullie bestieren
zij / ze bestieren
Aanvoegende wijs — verleden
ik bestierde
jij / je bestierde
hij / zij / het bestierde
wij / we bestierden
jullie bestierden
zij / ze bestierden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bestier
jullie (archaïsch) bestiert

Onbepaalde vormen

Infinitief
bestieren
Tegenwoordig deelwoord
bestierend
Voltooid deelwoord
bestierd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary