HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bestickeren — definition

Conjugation of bestickeren

Regular CEFR C1
bəˈstɪ.kə.rə(n)

met plakplaatjes beplakken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik besticker
jij / je bestickert
hij / zij / het bestickert
wij / we bestickeren
jullie bestickeren
zij / ze bestickeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bestickerde
jij / je bestickerde
hij / zij / het bestickerde
wij / we bestickerden
jullie bestickerden
zij / ze bestickerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bestickere
jij / je bestickere
hij / zij / het bestickere
wij / we bestickeren
jullie bestickeren
zij / ze bestickeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik bestickerde
jij / je bestickerde
hij / zij / het bestickerde
wij / we bestickerden
jullie bestickerden
zij / ze bestickerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij besticker
jullie (archaïsch) bestickert

Onbepaalde vormen

Infinitief
bestickeren
Tegenwoordig deelwoord
bestickerend
Voltooid deelwoord
bestickerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary