HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bestelen — definition

Conjugation of bestelen

Regular CEFR C2
bəˈsteːlə(n)

iemand ~: iemand iets wederrechtelijk ontnemen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik besteel
jij / je besteelt
hij / zij / het besteelt
wij / we bestelen
jullie bestelen
zij / ze bestelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bestal
jij / je bestal
hij / zij / het bestal
wij / we bestalen
jullie bestalen
zij / ze bestalen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bestele
jij / je bestele
hij / zij / het bestele
wij / we bestelen
jullie bestelen
zij / ze bestelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bestale
jij / je bestale
hij / zij / het bestale
wij / we bestalen
jullie bestalen
zij / ze bestalen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij besteel
jullie (archaïsch) besteelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bestelen
Tegenwoordig deelwoord
bestelend
Voltooid deelwoord
bestolen

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary