HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← besproeien — definición

Conjugation of besproeien

Regular CEFR C2
/bəˈsprui̯ə(n)/

natmaken met fijne druppels Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik besproei
jij / je besproeit
hij / zij / het besproeit
wij / we besproeien
jullie besproeien
zij / ze besproeien
Verleden tijd (o.v.t.)
ik besproeide
jij / je besproeide
hij / zij / het besproeide
wij / we besproeiden
jullie besproeiden
zij / ze besproeiden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik besproeie
jij / je besproeie
hij / zij / het besproeie
wij / we besproeien
jullie besproeien
zij / ze besproeien
Aanvoegende wijs — verleden
ik besproeide
jij / je besproeide
hij / zij / het besproeide
wij / we besproeiden
jullie besproeiden
zij / ze besproeiden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij besproei
jullie (archaïsch) besproeit

Onbepaalde vormen

Infinitief
besproeien
Tegenwoordig deelwoord
besproeiend
Voltooid deelwoord
besproeid

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary