HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bespringen — definition

Conjugation of bespringen

Regular CEFR C2
bəˈsprɪŋə(n)

aanvallen door er op te springen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bespring
jij / je bespringt
hij / zij / het bespringt
wij / we bespringen
jullie bespringen
zij / ze bespringen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik besprong
jij / je besprong
hij / zij / het besprong
wij / we besprongen
jullie besprongen
zij / ze besprongen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bespringe
jij / je bespringe
hij / zij / het bespringe
wij / we bespringen
jullie bespringen
zij / ze bespringen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bespronge
jij / je bespronge
hij / zij / het bespronge
wij / we besprongen
jullie besprongen
zij / ze besprongen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bespring
jullie (archaïsch) bespringt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bespringen
Tegenwoordig deelwoord
bespringend
Voltooid deelwoord
besprongen

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary