HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bespiegelen — definition

Conjugation of bespiegelen

Regular CEFR C1
bəˈspi.ɣə.lə(n)

to contemplate, to reflect on Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bespiegel
jij / je bespiegelt
hij / zij / het bespiegelt
wij / we bespiegelen
jullie bespiegelen
zij / ze bespiegelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bespiegelde
jij / je bespiegelde
hij / zij / het bespiegelde
wij / we bespiegelden
jullie bespiegelden
zij / ze bespiegelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bespiegele
jij / je bespiegele
hij / zij / het bespiegele
wij / we bespiegelen
jullie bespiegelen
zij / ze bespiegelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bespiegelde
jij / je bespiegelde
hij / zij / het bespiegelde
wij / we bespiegelden
jullie bespiegelden
zij / ze bespiegelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bespiegel
jullie (archaïsch) bespiegelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bespiegelen
Tegenwoordig deelwoord
bespiegelend
Voltooid deelwoord
bespiegeld

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary