HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← besparen — definition

Conjugation of besparen

Regular CEFR B2
bəˈspaːrə(n)

niet met iets geconfronteerd willen worden, zorgen dat iets niet gebeurt of hoeft te gebeuren. Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bespaar
jij / je bespaart
hij / zij / het bespaart
wij / we besparen
jullie besparen
zij / ze besparen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bespaarde
jij / je bespaarde
hij / zij / het bespaarde
wij / we bespaarden
jullie bespaarden
zij / ze bespaarden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bespare
jij / je bespare
hij / zij / het bespare
wij / we besparen
jullie besparen
zij / ze besparen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bespaarde
jij / je bespaarde
hij / zij / het bespaarde
wij / we bespaarden
jullie bespaarden
zij / ze bespaarden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bespaar
jullie (archaïsch) bespaart

Onbepaalde vormen

Infinitief
besparen
Tegenwoordig deelwoord
besparend
Voltooid deelwoord
bespaard

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary