HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← besneeuwen — definición

Conjugation of besneeuwen

Regular CEFR B2
/bəˈsneːu̯ə(n)/

met sneeuw bedekken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik besneeuw
jij / je besneeuwt
hij / zij / het besneeuwt
wij / we besneeuwen
jullie besneeuwen
zij / ze besneeuwen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik besneeuwde
jij / je besneeuwde
hij / zij / het besneeuwde
wij / we besneeuwden
jullie besneeuwden
zij / ze besneeuwden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik besneeuwe
jij / je besneeuwe
hij / zij / het besneeuwe
wij / we besneeuwen
jullie besneeuwen
zij / ze besneeuwen
Aanvoegende wijs — verleden
ik besneeuwde
jij / je besneeuwde
hij / zij / het besneeuwde
wij / we besneeuwden
jullie besneeuwden
zij / ze besneeuwden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij besneeuw
jullie (archaïsch) besneeuwt

Onbepaalde vormen

Infinitief
besneeuwen
Tegenwoordig deelwoord
besneeuwend
Voltooid deelwoord
besneeuwd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary