HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← besmeuren — definición

Conjugation of besmeuren

Regular CEFR C2
/bəˈsmøːrə(n)/

insmeren met iets om vies te maken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik besmeur
jij / je besmeurt
hij / zij / het besmeurt
wij / we besmeuren
jullie besmeuren
zij / ze besmeuren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik besmeurde
jij / je besmeurde
hij / zij / het besmeurde
wij / we besmeurden
jullie besmeurden
zij / ze besmeurden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik besmeure
jij / je besmeure
hij / zij / het besmeure
wij / we besmeuren
jullie besmeuren
zij / ze besmeuren
Aanvoegende wijs — verleden
ik besmeurde
jij / je besmeurde
hij / zij / het besmeurde
wij / we besmeurden
jullie besmeurden
zij / ze besmeurden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij besmeur
jullie (archaïsch) besmeurt

Onbepaalde vormen

Infinitief
besmeuren
Tegenwoordig deelwoord
besmeurend
Voltooid deelwoord
besmeurd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary