Conjugation of besluiten
/bəˈslœy̯tə(n)/vaststellen hoe het moet, het maken van een keuze Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | besluit |
| jij / je | besluit |
| hij / zij / het | besluit |
| wij / we | besluiten |
| jullie | besluiten |
| zij / ze | besluiten |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | besloot |
| jij / je | besloot |
| hij / zij / het | besloot |
| wij / we | besloten |
| jullie | besloten |
| zij / ze | besloten |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | besluite |
| jij / je | besluite |
| hij / zij / het | besluite |
| wij / we | besluiten |
| jullie | besluiten |
| zij / ze | besluiten |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | beslote |
| jij / je | beslote |
| hij / zij / het | beslote |
| wij / we | besloten |
| jullie | besloten |
| zij / ze | besloten |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | besluit |
| jullie (archaïsch) | besluit |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | besluiten |
Tegenwoordig deelwoord
| — | besluitend |
Voltooid deelwoord
| — | besloten |