HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beschimpen — definition

Conjugation of beschimpen

Regular CEFR B2
bəˈsxɪmpə(n)

met scheldwoorden overladen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beschimp
jij / je beschimpt
hij / zij / het beschimpt
wij / we beschimpen
jullie beschimpen
zij / ze beschimpen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beschimpte
jij / je beschimpte
hij / zij / het beschimpte
wij / we beschimpten
jullie beschimpten
zij / ze beschimpten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beschimpe
jij / je beschimpe
hij / zij / het beschimpe
wij / we beschimpen
jullie beschimpen
zij / ze beschimpen
Aanvoegende wijs — verleden
ik beschimpte
jij / je beschimpte
hij / zij / het beschimpte
wij / we beschimpten
jullie beschimpten
zij / ze beschimpten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beschimp
jullie (archaïsch) beschimpt

Onbepaalde vormen

Infinitief
beschimpen
Tegenwoordig deelwoord
beschimpend
Voltooid deelwoord
beschimpt

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary