HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beschikken — definition

Conjugation of beschikken

Regular CEFR C2
bəˈsxɪkə(n)

~ over: in bezit hebben Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beschik
jij / je beschikt
hij / zij / het beschikt
wij / we beschikken
jullie beschikken
zij / ze beschikken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beschikte
jij / je beschikte
hij / zij / het beschikte
wij / we beschikten
jullie beschikten
zij / ze beschikten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beschikke
jij / je beschikke
hij / zij / het beschikke
wij / we beschikken
jullie beschikken
zij / ze beschikken
Aanvoegende wijs — verleden
ik beschikte
jij / je beschikte
hij / zij / het beschikte
wij / we beschikten
jullie beschikten
zij / ze beschikten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beschik
jullie (archaïsch) beschikt

Onbepaalde vormen

Infinitief
beschikken
Tegenwoordig deelwoord
beschikkend
Voltooid deelwoord
beschikt

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary