HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beschieten — definition

Conjugation of beschieten

Regular CEFR C2
bəˈsxitə(n)

met geschut- of geweervuur bestoken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beschiet
jij / je beschiet
hij / zij / het beschiet
wij / we beschieten
jullie beschieten
zij / ze beschieten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beschoot
jij / je beschoot
hij / zij / het beschoot
wij / we beschoten
jullie beschoten
zij / ze beschoten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beschiete
jij / je beschiete
hij / zij / het beschiete
wij / we beschieten
jullie beschieten
zij / ze beschieten
Aanvoegende wijs — verleden
ik beschote
jij / je beschote
hij / zij / het beschote
wij / we beschoten
jullie beschoten
zij / ze beschoten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beschiet
jullie (archaïsch) beschiet

Onbepaalde vormen

Infinitief
beschieten
Tegenwoordig deelwoord
beschietend
Voltooid deelwoord
beschoten

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary