HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beschadigen — definición

Conjugation of beschadigen

Regular CEFR C1
/bəˈsxaːdəɣə(n)/

het kapot maken van iemands reputatie Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beschadig
jij / je beschadigt
hij / zij / het beschadigt
wij / we beschadigen
jullie beschadigen
zij / ze beschadigen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beschadigde
jij / je beschadigde
hij / zij / het beschadigde
wij / we beschadigden
jullie beschadigden
zij / ze beschadigden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beschadige
jij / je beschadige
hij / zij / het beschadige
wij / we beschadigen
jullie beschadigen
zij / ze beschadigen
Aanvoegende wijs — verleden
ik beschadigde
jij / je beschadigde
hij / zij / het beschadigde
wij / we beschadigden
jullie beschadigden
zij / ze beschadigden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beschadig
jullie (archaïsch) beschadigt

Onbepaalde vormen

Infinitief
beschadigen
Tegenwoordig deelwoord
beschadigend
Voltooid deelwoord
beschadigd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary