HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← besabbelen — definición

Conjugation of besabbelen

Regular CEFR B2
/bəˈsɑbələ(n)/

obsolete spelling of bezabbelen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik besabbel
jij / je besabbelt
hij / zij / het besabbelt
wij / we besabbelen
jullie besabbelen
zij / ze besabbelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik besabbelde
jij / je besabbelde
hij / zij / het besabbelde
wij / we besabbelden
jullie besabbelden
zij / ze besabbelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik besabbele
jij / je besabbele
hij / zij / het besabbele
wij / we besabbelen
jullie besabbelen
zij / ze besabbelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik besabbelde
jij / je besabbelde
hij / zij / het besabbelde
wij / we besabbelden
jullie besabbelden
zij / ze besabbelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij besabbel
jullie (archaïsch) besabbelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
besabbelen
Tegenwoordig deelwoord
besabbelend
Voltooid deelwoord
besabbeld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary