HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← berouwen — definición

Conjugation of berouwen

Regular CEFR C2
/bəˈrɑu̯ə(n)/

zich ~ over; met persoon als onderwerp: spijt hebben van iets Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik berouw
jij / je berouwt
hij / zij / het berouwt
wij / we berouwen
jullie berouwen
zij / ze berouwen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik berouwde
jij / je berouwde
hij / zij / het berouwde
wij / we berouwden
jullie berouwden
zij / ze berouwden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik berouwe
jij / je berouwe
hij / zij / het berouwe
wij / we berouwen
jullie berouwen
zij / ze berouwen
Aanvoegende wijs — verleden
ik berouwde
jij / je berouwde
hij / zij / het berouwde
wij / we berouwden
jullie berouwden
zij / ze berouwden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij berouw
jullie (archaïsch) berouwt

Onbepaalde vormen

Infinitief
berouwen
Tegenwoordig deelwoord
berouwend
Voltooid deelwoord
berouwd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary