HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← berennen — definition

Conjugation of berennen

Regular CEFR B2
bəˈrɛ.nə(n)

hardlopend afleggen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beren
jij / je berent
hij / zij / het berent
wij / we berennen
jullie berennen
zij / ze berennen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik berende
jij / je berende
hij / zij / het berende
wij / we berenden
jullie berenden
zij / ze berenden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik berenne
jij / je berenne
hij / zij / het berenne
wij / we berennen
jullie berennen
zij / ze berennen
Aanvoegende wijs — verleden
ik berende
jij / je berende
hij / zij / het berende
wij / we berenden
jullie berenden
zij / ze berenden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beren
jullie (archaïsch) berent

Onbepaalde vormen

Infinitief
berennen
Tegenwoordig deelwoord
berennend
Voltooid deelwoord
berend

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary