HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← berechten — definition

Conjugation of berechten

Regular CEFR C2
bəˈrɛxtə(n)

onderwerpen aan een rechtsproces Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik berecht
jij / je berecht
hij / zij / het berecht
wij / we berechten
jullie berechten
zij / ze berechten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik berechtte
jij / je berechtte
hij / zij / het berechtte
wij / we berechtten
jullie berechtten
zij / ze berechtten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik berechte
jij / je berechte
hij / zij / het berechte
wij / we berechten
jullie berechten
zij / ze berechten
Aanvoegende wijs — verleden
ik berechtte
jij / je berechtte
hij / zij / het berechtte
wij / we berechtten
jullie berechtten
zij / ze berechtten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij berecht
jullie (archaïsch) berecht

Onbepaalde vormen

Infinitief
berechten
Tegenwoordig deelwoord
berechtend
Voltooid deelwoord
berecht

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary