HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bepotelen — definición

Conjugation of bepotelen

Regular CEFR B2
/bəˈpoː.tə.lə(n)/

betasten, met de vingers (of klauwen) aanraken, beroeren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bepotel
jij / je bepotelt
hij / zij / het bepotelt
wij / we bepotelen
jullie bepotelen
zij / ze bepotelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bepotelde
jij / je bepotelde
hij / zij / het bepotelde
wij / we bepotelden
jullie bepotelden
zij / ze bepotelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bepotele
jij / je bepotele
hij / zij / het bepotele
wij / we bepotelen
jullie bepotelen
zij / ze bepotelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bepotelde
jij / je bepotelde
hij / zij / het bepotelde
wij / we bepotelden
jullie bepotelden
zij / ze bepotelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bepotel
jullie (archaïsch) bepotelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bepotelen
Tegenwoordig deelwoord
bepotelend
Voltooid deelwoord
bepoteld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary