HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bepissen — definición

Conjugation of bepissen

Regular CEFR B2
/bəˈpɪ.sə(n)/

op iemand of iets urineren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bepis
jij / je bepist
hij / zij / het bepist
wij / we bepissen
jullie bepissen
zij / ze bepissen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bepiste
jij / je bepiste
hij / zij / het bepiste
wij / we bepisten
jullie bepisten
zij / ze bepisten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bepisse
jij / je bepisse
hij / zij / het bepisse
wij / we bepissen
jullie bepissen
zij / ze bepissen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bepiste
jij / je bepiste
hij / zij / het bepiste
wij / we bepisten
jullie bepisten
zij / ze bepisten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bepis
jullie (archaïsch) bepist

Onbepaalde vormen

Infinitief
bepissen
Tegenwoordig deelwoord
bepissend
Voltooid deelwoord
bepist

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary