HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beoefenen — definición

Conjugation of beoefenen

Regular CEFR C2
/bəˈufənə(n)/

bij regelmaat zich in iets bekwamen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beoefen
jij / je beoefent
hij / zij / het beoefent
wij / we beoefenen
jullie beoefenen
zij / ze beoefenen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beoefende
jij / je beoefende
hij / zij / het beoefende
wij / we beoefenden
jullie beoefenden
zij / ze beoefenden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beoefene
jij / je beoefene
hij / zij / het beoefene
wij / we beoefenen
jullie beoefenen
zij / ze beoefenen
Aanvoegende wijs — verleden
ik beoefende
jij / je beoefende
hij / zij / het beoefende
wij / we beoefenden
jullie beoefenden
zij / ze beoefenden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beoefen
jullie (archaïsch) beoefent

Onbepaalde vormen

Infinitief
beoefenen
Tegenwoordig deelwoord
beoefenend
Voltooid deelwoord
beoefend

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary