HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← benutten — definition

Conjugation of benutten

Regular CEFR C2
bəˈnʏtə(n)

meervoud verleden tijd van benutten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik benut
jij / je benut
hij / zij / het benut
wij / we benutten
jullie benutten
zij / ze benutten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik benutte
jij / je benutte
hij / zij / het benutte
wij / we benutten
jullie benutten
zij / ze benutten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik benutte
jij / je benutte
hij / zij / het benutte
wij / we benutten
jullie benutten
zij / ze benutten
Aanvoegende wijs — verleden
ik benutte
jij / je benutte
hij / zij / het benutte
wij / we benutten
jullie benutten
zij / ze benutten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij benut
jullie (archaïsch) benut

Onbepaalde vormen

Infinitief
benutten
Tegenwoordig deelwoord
benuttend
Voltooid deelwoord
benut

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary