HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bensjen — definición

Conjugation of bensjen

Regular CEFR B1
/ˈbɛnʃə(n)/

het dankgebed na de maaltijd zeggen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bensj
jij / je bensjt
hij / zij / het bensjt
wij / we bensjen
jullie bensjen
zij / ze bensjen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bensjte
jij / je bensjte
hij / zij / het bensjte
wij / we bensjten
jullie bensjten
zij / ze bensjten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bensje
jij / je bensje
hij / zij / het bensje
wij / we bensjen
jullie bensjen
zij / ze bensjen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bensjte
jij / je bensjte
hij / zij / het bensjte
wij / we bensjten
jullie bensjten
zij / ze bensjten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bensj
jullie (archaïsch) bensjt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bensjen
Tegenwoordig deelwoord
bensjend
Voltooid deelwoord
gebensjt

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary