HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← benedijen — definición

Conjugation of benedijen

Regular CEFR B2

zegenen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik benedij
jij / je benedijt
hij / zij / het benedijt
wij / we benedijen
jullie benedijen
zij / ze benedijen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik benedijde
jij / je benedijde
hij / zij / het benedijde
wij / we benedijden
jullie benedijden
zij / ze benedijden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik benedije
jij / je benedije
hij / zij / het benedije
wij / we benedijen
jullie benedijen
zij / ze benedijen
Aanvoegende wijs — verleden
ik benedijde
jij / je benedijde
hij / zij / het benedijde
wij / we benedijden
jullie benedijden
zij / ze benedijden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij benedij
jullie (archaïsch) benedijt

Onbepaalde vormen

Infinitief
benedijen
Tegenwoordig deelwoord
benedijend
Voltooid deelwoord
gebenedijd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary