HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← benauwen — definition

Conjugation of benauwen

Regular CEFR B2
bəˈnɑu̯ə(n)

zorgen bereiden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik benauw
jij / je benauwt
hij / zij / het benauwt
wij / we benauwen
jullie benauwen
zij / ze benauwen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik benauwde
jij / je benauwde
hij / zij / het benauwde
wij / we benauwden
jullie benauwden
zij / ze benauwden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik benauwe
jij / je benauwe
hij / zij / het benauwe
wij / we benauwen
jullie benauwen
zij / ze benauwen
Aanvoegende wijs — verleden
ik benauwde
jij / je benauwde
hij / zij / het benauwde
wij / we benauwden
jullie benauwden
zij / ze benauwden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij benauw
jullie (archaïsch) benauwt

Onbepaalde vormen

Infinitief
benauwen
Tegenwoordig deelwoord
benauwend
Voltooid deelwoord
benauwd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary