HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bemuren — definition

Conjugation of bemuren

Regular CEFR B1
bəˈmyː.rə(n)

omgeven met muren, voorzien van muren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bemuur
jij / je bemuurt
hij / zij / het bemuurt
wij / we bemuren
jullie bemuren
zij / ze bemuren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bemuurde
jij / je bemuurde
hij / zij / het bemuurde
wij / we bemuurden
jullie bemuurden
zij / ze bemuurden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bemure
jij / je bemure
hij / zij / het bemure
wij / we bemuren
jullie bemuren
zij / ze bemuren
Aanvoegende wijs — verleden
ik bemuurde
jij / je bemuurde
hij / zij / het bemuurde
wij / we bemuurden
jullie bemuurden
zij / ze bemuurden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bemuur
jullie (archaïsch) bemuurt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bemuren
Tegenwoordig deelwoord
bemurend
Voltooid deelwoord
bemuurd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary