HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bemeten — definition

Conjugation of bemeten

Regular CEFR B1
ˌbəˈmeːtə(n)

iets aan een (af)meting onderwerpen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bemeet
jij / je bemeet
hij / zij / het bemeet
wij / we bemeten
jullie bemeten
zij / ze bemeten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bemat
jij / je bemat
hij / zij / het bemat
wij / we bematen
jullie bematen
zij / ze bematen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bemete
jij / je bemete
hij / zij / het bemete
wij / we bemeten
jullie bemeten
zij / ze bemeten
Aanvoegende wijs — verleden
ik bemate
jij / je bemate
hij / zij / het bemate
wij / we bematen
jullie bematen
zij / ze bematen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bemeet
jullie (archaïsch) bemeet

Onbepaalde vormen

Infinitief
bemeten
Tegenwoordig deelwoord
bemetend
Voltooid deelwoord
bemeten

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary