HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bemeesteren — definition

Conjugation of bemeesteren

Regular CEFR C1
bəˈmeːs.tə.rə(n)

als een meester benaderen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bemeester
jij / je bemeestert
hij / zij / het bemeestert
wij / we bemeesteren
jullie bemeesteren
zij / ze bemeesteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bemeesterde
jij / je bemeesterde
hij / zij / het bemeesterde
wij / we bemeesterden
jullie bemeesterden
zij / ze bemeesterden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bemeestere
jij / je bemeestere
hij / zij / het bemeestere
wij / we bemeesteren
jullie bemeesteren
zij / ze bemeesteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik bemeesterde
jij / je bemeesterde
hij / zij / het bemeesterde
wij / we bemeesterden
jullie bemeesterden
zij / ze bemeesterden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bemeester
jullie (archaïsch) bemeestert

Onbepaalde vormen

Infinitief
bemeesteren
Tegenwoordig deelwoord
bemeesterend
Voltooid deelwoord
bemeesterd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary