HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bemannen — definition

Conjugation of bemannen

Regular CEFR C2
bəˈmɑnə(n)

van het benodigde personeel voorzien Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beman
jij / je bemant
hij / zij / het bemant
wij / we bemannen
jullie bemannen
zij / ze bemannen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bemande
jij / je bemande
hij / zij / het bemande
wij / we bemanden
jullie bemanden
zij / ze bemanden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bemanne
jij / je bemanne
hij / zij / het bemanne
wij / we bemannen
jullie bemannen
zij / ze bemannen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bemande
jij / je bemande
hij / zij / het bemande
wij / we bemanden
jullie bemanden
zij / ze bemanden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beman
jullie (archaïsch) bemant

Onbepaalde vormen

Infinitief
bemannen
Tegenwoordig deelwoord
bemannend
Voltooid deelwoord
bemand

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary