HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← belonen — definition

Conjugation of belonen

Regular CEFR C2
bəˈloːnə(n)

een prestatie of goede daad met geld of op een andere manier erkennen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beloon
jij / je beloont
hij / zij / het beloont
wij / we belonen
jullie belonen
zij / ze belonen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beloonde
jij / je beloonde
hij / zij / het beloonde
wij / we beloonden
jullie beloonden
zij / ze beloonden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik belone
jij / je belone
hij / zij / het belone
wij / we belonen
jullie belonen
zij / ze belonen
Aanvoegende wijs — verleden
ik beloonde
jij / je beloonde
hij / zij / het beloonde
wij / we beloonden
jullie beloonden
zij / ze beloonden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beloon
jullie (archaïsch) beloont

Onbepaalde vormen

Infinitief
belonen
Tegenwoordig deelwoord
belonend
Voltooid deelwoord
beloond

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary