HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beloeren — definition

Conjugation of beloeren

Regular CEFR B2
bəˈlu.rə(n)

heimelijk kijken naar Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beloer
jij / je beloert
hij / zij / het beloert
wij / we beloeren
jullie beloeren
zij / ze beloeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beloerde
jij / je beloerde
hij / zij / het beloerde
wij / we beloerden
jullie beloerden
zij / ze beloerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beloere
jij / je beloere
hij / zij / het beloere
wij / we beloeren
jullie beloeren
zij / ze beloeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik beloerde
jij / je beloerde
hij / zij / het beloerde
wij / we beloerden
jullie beloerden
zij / ze beloerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beloer
jullie (archaïsch) beloert

Onbepaalde vormen

Infinitief
beloeren
Tegenwoordig deelwoord
beloerend
Voltooid deelwoord
beloerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary