HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← belijden — definición

Conjugation of belijden

Regular CEFR C2
/bəˈlɛi̯də(n)/

in het openbaar een verklaring afleggen iets fout gedaan te hebben Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik belijd
jij / je belijdt
hij / zij / het belijdt
wij / we belijden
jullie belijden
zij / ze belijden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beleed
jij / je beleed
hij / zij / het beleed
wij / we beleden
jullie beleden
zij / ze beleden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik belijde
jij / je belijde
hij / zij / het belijde
wij / we belijden
jullie belijden
zij / ze belijden
Aanvoegende wijs — verleden
ik belede
jij / je belede
hij / zij / het belede
wij / we beleden
jullie beleden
zij / ze beleden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij belijd
jullie (archaïsch) belijdt

Onbepaalde vormen

Infinitief
belijden
Tegenwoordig deelwoord
belijdend
Voltooid deelwoord
beleden

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary