HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beleven — definition

Conjugation of beleven

Regular CEFR B2
bəˈleːvə(n)

meemaken, ondervinden, ervaren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beleef
jij / je beleeft
hij / zij / het beleeft
wij / we beleven
jullie beleven
zij / ze beleven
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beleefde
jij / je beleefde
hij / zij / het beleefde
wij / we beleefden
jullie beleefden
zij / ze beleefden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beleve
jij / je beleve
hij / zij / het beleve
wij / we beleven
jullie beleven
zij / ze beleven
Aanvoegende wijs — verleden
ik beleefde
jij / je beleefde
hij / zij / het beleefde
wij / we beleefden
jullie beleefden
zij / ze beleefden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beleef
jullie (archaïsch) beleeft

Onbepaalde vormen

Infinitief
beleven
Tegenwoordig deelwoord
belevend
Voltooid deelwoord
beleefd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary