HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← belanden — definición

Conjugation of belanden

Regular CEFR C1
/bəˈlɑndə(n)/

min of meer bij toeval op een bepaalde plaats geraken, terechtkomen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beland
jij / je belandt
hij / zij / het belandt
wij / we belanden
jullie belanden
zij / ze belanden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik belandde
jij / je belandde
hij / zij / het belandde
wij / we belandden
jullie belandden
zij / ze belandden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik belande
jij / je belande
hij / zij / het belande
wij / we belanden
jullie belanden
zij / ze belanden
Aanvoegende wijs — verleden
ik belandde
jij / je belandde
hij / zij / het belandde
wij / we belandden
jullie belandden
zij / ze belandden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beland
jullie (archaïsch) belandt

Onbepaalde vormen

Infinitief
belanden
Tegenwoordig deelwoord
belandend
Voltooid deelwoord
beland

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary