HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bekoren — definition

Conjugation of bekoren

Regular CEFR C2
bəˈkoːrə(n)

aantrekkingskracht uitoefenen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bekoor
jij / je bekoort
hij / zij / het bekoort
wij / we bekoren
jullie bekoren
zij / ze bekoren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bekoorde
jij / je bekoorde
hij / zij / het bekoorde
wij / we bekoorden
jullie bekoorden
zij / ze bekoorden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bekore
jij / je bekore
hij / zij / het bekore
wij / we bekoren
jullie bekoren
zij / ze bekoren
Aanvoegende wijs — verleden
ik bekoorde
jij / je bekoorde
hij / zij / het bekoorde
wij / we bekoorden
jullie bekoorden
zij / ze bekoorden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bekoor
jullie (archaïsch) bekoort

Onbepaalde vormen

Infinitief
bekoren
Tegenwoordig deelwoord
bekorend
Voltooid deelwoord
bekoord

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary