HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beknotten — definition

Conjugation of beknotten

Regular CEFR B2
bəˈknɔ.tə(n)

grenzen stellen zodat iets niet te groot kan worden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beknot
jij / je beknot
hij / zij / het beknot
wij / we beknotten
jullie beknotten
zij / ze beknotten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beknotte
jij / je beknotte
hij / zij / het beknotte
wij / we beknotten
jullie beknotten
zij / ze beknotten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beknotte
jij / je beknotte
hij / zij / het beknotte
wij / we beknotten
jullie beknotten
zij / ze beknotten
Aanvoegende wijs — verleden
ik beknotte
jij / je beknotte
hij / zij / het beknotte
wij / we beknotten
jullie beknotten
zij / ze beknotten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beknot
jullie (archaïsch) beknot

Onbepaalde vormen

Infinitief
beknotten
Tegenwoordig deelwoord
beknottend
Voltooid deelwoord
beknot

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary