HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beklimmen — definition

Conjugation of beklimmen

Regular CEFR C2
bəˈklɪmə(n)

naar de top van iets, zoals een berg, klimmen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beklim
jij / je beklimt
hij / zij / het beklimt
wij / we beklimmen
jullie beklimmen
zij / ze beklimmen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beklom
jij / je beklom
hij / zij / het beklom
wij / we beklommen
jullie beklommen
zij / ze beklommen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beklimme
jij / je beklimme
hij / zij / het beklimme
wij / we beklimmen
jullie beklimmen
zij / ze beklimmen
Aanvoegende wijs — verleden
ik beklomme
jij / je beklomme
hij / zij / het beklomme
wij / we beklommen
jullie beklommen
zij / ze beklommen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beklim
jullie (archaïsch) beklimt

Onbepaalde vormen

Infinitief
beklimmen
Tegenwoordig deelwoord
beklimmend
Voltooid deelwoord
beklommen

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary