HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beklemmen — definition

Conjugation of beklemmen

Regular CEFR B2
bəˈklɛmə(n)

iemand onder beklemrecht brengen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beklem
jij / je beklemt
hij / zij / het beklemt
wij / we beklemmen
jullie beklemmen
zij / ze beklemmen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beklemde
jij / je beklemde
hij / zij / het beklemde
wij / we beklemden
jullie beklemden
zij / ze beklemden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beklemme
jij / je beklemme
hij / zij / het beklemme
wij / we beklemmen
jullie beklemmen
zij / ze beklemmen
Aanvoegende wijs — verleden
ik beklemde
jij / je beklemde
hij / zij / het beklemde
wij / we beklemden
jullie beklemden
zij / ze beklemden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beklem
jullie (archaïsch) beklemt

Onbepaalde vormen

Infinitief
beklemmen
Tegenwoordig deelwoord
beklemmend
Voltooid deelwoord
beklemd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary