HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bekken — definition

Conjugation of bekken

Regular CEFR C2
ˈbɛkə(n)

op een enthousiaste manier zoenen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bek
jij / je bekt
hij / zij / het bekt
wij / we bekken
jullie bekken
zij / ze bekken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bekte
jij / je bekte
hij / zij / het bekte
wij / we bekten
jullie bekten
zij / ze bekten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bekke
jij / je bekke
hij / zij / het bekke
wij / we bekken
jullie bekken
zij / ze bekken
Aanvoegende wijs — verleden
ik bekte
jij / je bekte
hij / zij / het bekte
wij / we bekten
jullie bekten
zij / ze bekten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bek
jullie (archaïsch) bekt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bekken
Tegenwoordig deelwoord
bekkend
Voltooid deelwoord
gebekt

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary